ECLI:NL:CRVB:2015:1473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens drugshandel en schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving vanaf januari 2010 bijstand op grond van de WWB. Naar aanleiding van een politiebericht over een aanhouding wegens drugshandel in februari 2012 heeft het college een onderzoek ingesteld en de bijstand ingetrokken met terugvordering van de kosten over de periode 2010-2012.
Appellant ontkent de drugshandel en stelt dat het geldbedrag dat hij bij zich had geleend was en dat hij plausibele verklaringen heeft voor contante stortingen op zijn bankrekening. De Raad stelt vast dat appellant tijdens zijn aanhouding een gedetailleerde verklaring heeft afgelegd over zijn drugshandel en gebruik, die is vastgelegd in een proces-verbaal onder ambtseed.
De Raad volgt de vaste jurisprudentie dat van de juistheid van een politieverklaring mag worden uitgegaan tenzij aannemelijk is gemaakt dat deze onder dwang is afgelegd. Appellant heeft dit niet aannemelijk gemaakt. De verklaring biedt voldoende grondslag voor het college om de bijstand in te trekken vanwege schending van de inlichtingenverplichting. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.