ECLI:NL:CRVB:2015:1451
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellante, een voormalig doktersassistente, meldde zich ziek vanwege rug- en nekklachten na een auto-ongeval. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar energetische beperkingen onvoldoende waren meegenomen, ondersteund door medische stukken van haar neuroloog.
Een verzekeringsarts en een door het UWV ingeschakelde neuroloog voerden een expertise uit en concludeerden dat de beperkingen juist waren vastgesteld en dat er geen aanleiding was de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat er geen reden was een onafhankelijke deskundige in te schakelen.
In hoger beroep betoogde appellante dat de diagnose van haar neuroloog correct was en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar migraine zonder aura. De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was, dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat het verhoogde ziekteverzuim niet excessief was. De Raad bevestigde dat appellante medisch in staat was om de geduide functies uit te oefenen en wees het hoger beroep af.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.