ECLI:NL:CRVB:2015:1444
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Beuker-Tilstra
- B.J. van de Griend
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek bijzondere invaliditeitsverhoging bij militair diensttijdpensioen
Appellant werd in 1968 wegens ongeschiktheid ontslagen uit de militaire dienst en kreeg een levenslang militair diensttijdpensioen toegekend, gebaseerd op ongeveer 11 maanden diensttijd, zonder verband met invaliditeit. In 2013 verzocht appellant om een bijzondere invaliditeitsverhoging, welke door de minister werd afgewezen en deze afwijzing werd door de rechtbank bevestigd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de bijzondere invaliditeitsverhoging alleen geldt voor militair invaliditeitspensioen zoals bedoeld in artikel 7 van Pro het Besluit aanvullende arbeidsongeschiktheids- en invaliditeitsvoorzieningen militairen. Appellant heeft nooit een dergelijk pensioen ontvangen; de door hem overgelegde brieven uit 2000 waarin zijn diensttijdpensioen abusievelijk als invaliditeitspensioen werd aangeduid, veranderen hier niets aan.
Ook de omstandigheden van zijn ontslag en de informatie van de website van het ABP kunnen geen recht op de bijzondere invaliditeitsverhoging creëren. Appellant verduidelijkte dat hij een verhoging van zijn burgerpensioen wenst, maar de Raad stelt dat de regeling uitsluitend ziet op militair invaliditeitspensioen en niet op burgerpensioen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het verzoek om bijzondere invaliditeitsverhoging wordt afgewezen omdat appellant geen militair invaliditeitspensioen ontvangt.