ECLI:NL:CRVB:2015:1427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- C.H. Rombouts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding niet bewezen
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en het college trok deze bijstand in wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding met K, waarbij zij geen mededeling had gedaan. Het college baseerde dit op een onderzoek met huisbezoeken en verklaringen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelt anders. De onderzoeksbevindingen bieden onvoldoende grondslag voor de conclusie dat K zijn hoofdverblijf had bij appellante. Uit verklaringen blijkt slechts dat K één à twee keer per week bij haar overnacht en eet. Daarnaast is twijfel over de juiste vertaling van verklaringen en heeft het college onvoldoende doorgevraagd over frequentie en duur van het verblijf.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en het besluit tot intrekking van 6 juli 2012. Tevens veroordeelt de Raad het college tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen bijstand en in de proceskosten. Het college moet ook het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd en het beroep van appellante wordt gegrond verklaard.