ECLI:NL:CRVB:2015:1417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek uitbreiding huishoudelijke hulp op grond van WMO
Appellante beschikte over een indicatie voor vier uur huishoudelijke hulp per week op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Na afloop van deze indicatie verzocht zij om een verlenging en uitbreiding van de hulpuren. Het college van burgemeester en wethouders van Leiden kende de hulp voor vier uur per week toe en verklaarde het bezwaar van appellante ongegrond, waarbij het advies van de MO-zaak als grondslag werd genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat het college zich terecht op het advies van de MO-zaak baseerde. De arts van de MO-zaak concludeerde dat appellante in staat is lichte huishoudelijke taken zelf te verrichten en dat het onwenselijk is deze taken volledig uit handen te nemen. Tevens was er geen noodzaak om nader onderzoek te doen naar het gebruik van boodschappen- en maaltijdservices, aangezien appellante zelf aangaf op goede dagen boodschappen te kunnen doen en maaltijden te bereiden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij vanwege haar beperkingen niet in staat is lichte huishoudelijke taken uit te voeren en dat zij tijd voor boodschappen en maaltijdbereiding geïndiceerd wil hebben. De Raad oordeelde echter dat het college het advies van de MO-zaak terecht als basis heeft genomen, waarbij een huisbezoek en medische informatie zijn betrokken. Appellante leverde geen medische informatie die het advies zou ondermijnen. Ook stelde de Raad vast dat het college het besluit niet baseert op het gebruik van boodschappen- en maaltijdservices.
De hoger beroepsgronden slaagden niet en de Centrale Raad van Beroep bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college terecht vier uur huishoudelijke hulp toekent en wijst het verzoek om uitbreiding af.