ECLI:NL:CRVB:2015:1284
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.N.A. Bootsma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging inhouding bezoldiging wegens ongeoorloofd verzuim ondanks arbeidsconflict
Appellante was sinds 1 juni 2007 in dienst bij het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard. Het college hield haar bezoldiging in over de periode van 6 tot 10 september 2012 wegens ongeoorloofd verzuim. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij niet ongeoorloofd had verzuimd omdat de bedrijfsarts slechts haar theoretische arbeidsgeschiktheid had vastgesteld en dat haar psychiater een andere medische situatie had geschetst.
De Raad overwoog dat volgens artikel 7:13:2, eerste lid, aanhef en onder h, van de CAR/UWO de bezoldiging mag worden ingehouden wanneer een ambtenaar zijn arbeid niet hervat op het door de arbo-dienst bepaalde tijdstip, tenzij een geldige reden is opgegeven. De bedrijfsarts had vastgesteld dat appellante vanaf 3 september 2012 arbeidsgeschikt was, ondanks het voortbestaan van het arbeidsconflict. De verklaring van de psychiater was onvoldoende concreet voor de relevante periode.
Hierdoor was het college gehouden de bezoldiging over de genoemde periode in te houden. Het argument dat bij een arbeidsconflict doorbetaling zou moeten plaatsvinden, kon niet afdoen aan deze dwingendrechtelijke bepaling. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de inhouding van de bezoldiging wegens ongeoorloofd verzuim van 6 tot 10 september 2012.