ECLI:NL:CRVB:2015:1283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet verstrekken bankafschriften en niet gemelde inkomsten
Appellante ontvangt sinds 1997 bijstand op grond van de WWB. Na een rechtmatigheidsonderzoek in 2012 bleek dat zij een bankrekening had die niet bij het college bekend was. Het college verzocht meerdere malen om bankafschriften, die appellante niet tijdig of niet volledig overlegde. Hierdoor werd haar bijstand vanaf oktober 2012 opgeschort en later ingetrokken.
Daarnaast werden op de bankrekening regelmatig stortingen gedaan, die appellante niet als inkomen had gemeld. Zij stelde dat deze stortingen spaargelden waren uit het Somalische spaarsysteem Ayuuto, maar kon dit niet met objectieve en verifieerbare gegevens aantonen. Het college rekende deze stortingen daarom als inkomen.
Appellante maakte bezwaar tegen de besluiten en vroeg vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure. Het college wees dit af, maar de rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het college terecht de bijstand introk wegens het niet tijdig verstrekken van gegevens en het niet melden van inkomsten. Wel was het college onrechtmatig door het verzoek om kostenvergoeding af te wijzen, omdat het besluit tot opschorting onjuist was gewijzigd. Daarom vernietigt de Raad het besluit dat de kostenvergoeding afwees en veroordeelt het college tot vergoeding van kosten en proceskosten.
Uitkomst: De bijstand wordt ingetrokken wegens niet tijdig verstrekken van bankafschriften en niet gemelde inkomsten, maar het college moet de kosten van bezwaar en proceskosten vergoeden.