ECLI:NL:CRVB:2015:1277
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijstand volgens norm voor alleenstaande in inrichting bij verblijf in beschermde woonvorm
Appellant woonde vanaf 5 juli 2012 in een beschermde woonvorm van de Stichting, een justitiële plaatsing waarvan de kosten door Justitie werden betaald. Het college kende bijstand toe volgens de norm voor een alleenstaande die in een inrichting verblijft, met ingang van 6 juli 2012. Appellant stelde dat de Stichting geen inrichting is, omdat er slechts maatschappelijke opvang en geen hulpverlening of begeleiding zou zijn. Tevens voerde appellant het gelijkheidsbeginsel aan vanwege verschillen in bijstandsnormen tussen gemeenten.
De Raad oordeelde dat de Stichting voldoet aan de definitie van een inrichting zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel f, onder 2, van de WWB. De instelling biedt slaapgelegenheid en hulpverlening en begeleiding gedurende meer dan de helft van het etmaal, zoals blijkt uit de overeenkomst met Justitie, de toelating als instelling voor persoonlijke verzorging en de aanwezigheid van professioneel personeel. Het feit dat appellant mogelijk geen gebruik maakt van de hulpverlening doet hieraan niet af.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat appellant niet aannemelijk maakte dat andere gemeenten een volledige bijstandsnorm verstrekken onder dezelfde omstandigheden en omdat de WWB een gedecentraliseerde uitvoering kent, waardoor verschillen per gemeente mogelijk zijn. De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Stichting een inrichting is en wijst het hoger beroep af.