ECLI:NL:CRVB:2015:127
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft op 18 oktober 2011 een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering met ingang van 30 januari 2006. Het UWV heeft na verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Het bezwaar van appellant tegen dit besluit is ongegrond verklaard.
De rechtbank Rotterdam heeft het besluit van het UWV onderschreven en het beroep van appellant ongegrond verklaard. De rechtbank stelde dat niet alleen de aanwezigheid van psychische klachten relevant is, maar ook of deze leiden tot arbeidsongeschiktheid. De medische stukken toonden geen verminderde psychische belastbaarheid op de datum in geding. Ook nieuw ingebrachte informatie van de behandelend psychiater bood geen ander inzicht.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat het UWV onvoldoende rekening hield met zijn psychische klachten. De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij de rechtbank en oordeelt dat de medische en arbeidskundige grondslagen van het besluit voldoende zijn onderbouwd. Nieuwe medische gegevens in hoger beroep leiden niet tot een ander oordeel omdat deze betrekking hebben op een periode na de datum in geding.
Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.