ECLI:NL:CRVB:2015:1258
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- A.M. Overbeeke
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Herziening bijstand naar gehuwdennorm en terugvordering wegens niet gemelde inwonende zoon
Appellanten ontvingen bijstand volgens de gehuwdennorm en hadden twee zoons. Na een melding dat de jongste zoon mogelijk bij hen woonde, stelde het college een onderzoek in met waarnemingen, huisbezoeken en getuigenverklaringen. Het college besloot de bijstand te herzien met een verlaging van 10% en trok de langdurigheidstoeslag in over meerdere jaren, met terugvordering van €25.560,88.
Appellanten voerden aan dat de melding onvoldoende grond bood voor het onderzoek en dat de gebruikte onderzoeksmethoden disproportioneel waren, waardoor de bewijzen onrechtmatig verkregen zouden zijn. De Raad oordeelde dat het onderzoek proportioneel en rechtmatig was, gezien de concrete aanwijzingen en de beperkte aard van de waarnemingen en huisbezoeken.
De Raad concludeerde dat de zoon in de relevante periode zijn hoofdverblijf bij appellanten had, waardoor zij kosten konden delen en de bijstand terecht werd herzien. Het hoger beroep werd afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van de bijstand met terugvordering wordt bevestigd.