ECLI:NL:CRVB:2015:125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig bloemensnijder, meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch oordeel van het UWV werd onderschreven. De verzekeringsarts had zowel lichamelijk als psychisch onderzoek verricht en concludeerde dat appellant beperkingen heeft, maar geen indicatie voor een duurbeperking.
Appellant voerde in hoger beroep dezelfde klachten en het standpunt dat hij duurzaam niet inzetbaar is vanwege slaapstoornissen en verminderde energie. De Centrale Raad van Beroep volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat de beperkingen niet onderschat zijn en dat appellant geschikt is voor de geselecteerde functies. Er werden geen nieuwe medische gegevens overgelegd die aanleiding geven tot een ander oordeel.
De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing werd uitgesproken door J.P.M. Zeijen op 23 januari 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.