ECLI:NL:CRVB:2015:122
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens ontbreken toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante had haar WAO-uitkering ingetrokken gekregen per 21 mei 2007. Zij stelde dat haar arbeidsongeschiktheid sinds maart 2009 was toegenomen vanwege wegrakingen die haar functioneren belemmeren. Een psychiater stelde een conversiestoornis vast en beperkte draagkracht bij stress en sociale interacties.
Het UWV liet een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige beoordelen dat de beperkingen van appellante waren vastgelegd in een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en dat passende functies zonder verhoogd persoonlijk risico beschikbaar waren. De arbeidsdeskundige berekende een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV de medische rapporten juist had meegewogen en de functies passend waren. De Centrale Raad van Beroep sluit zich hierbij aan en oordeelt dat appellante onvoldoende medische onderbouwing heeft geleverd voor een hogere mate van beperkingen of een onacceptabel risico in de geselecteerde functies.
De Raad concludeert dat appellante geen aanspraak heeft op een WAO-uitkering op grond van toegenomen arbeidsongeschiktheid sinds maart 2009, zodat het bestreden besluit en de intrekking van de uitkering standhouden. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens het ontbreken van toegenomen arbeidsongeschiktheid.