ECLI:NL:CRVB:2015:1203
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering Wajong-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant diende bezwaar in tegen het besluit van het UWV van 16 februari 2011 waarin een Wajong-uitkering werd geweigerd. Het bezwaar werd ongegrond verklaard bij besluit van 6 december 2011. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaartermijn en vernietigde het bestreden besluit. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad overweegt dat het primaire besluit op juiste wijze bekend is gemaakt door toezending van een kopie op 22 juni 2011, waarna de bezwaartermijn van zes weken op 23 juni 2011 aanving en op 3 augustus 2011 eindigde. Het bezwaarschrift werd pas op 9 augustus 2011 ontvangen, dus te laat. Appellant heeft geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding aangevoerd.
Hoewel appellant stelde dat de post bij zijn moeder, als postadres, werd opgehaald op 3 augustus 2011 en dat hij in die periode zonder vaste woon- of verblijfplaats was, oordeelt de Raad dat dit voor zijn rekening en risico komt. De verklaringen van zijn moeder bevestigen alleen dat appellant te laat was met ophalen, maar bieden geen reden voor verschoonbaarheid.
De Raad verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot weigering van een Wajong-uitkering is niet ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.