ECLI:NL:CRVB:2015:1194
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag ambtenaar Belastingdienst wegens plichtsverzuim en fraude
Appellant, werkzaam bij de Belastingdienst sinds 1997, werd verdacht van betrokkenheid bij een fraudezaak waarbij negatieve aangiftes omzetbelasting werden omgeleid naar bankrekeningen van derden. Na een strafrechtelijk onderzoek en een veroordeling tot 36 maanden gevangenisstraf, legde de staatssecretaris hem disciplinair ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond, stellende dat de feiten voldoende waren vastgesteld en dat appellant de benodigde kennis en autorisaties had om de fraude te plegen. Appellant voerde aan ten onrechte als hoofdrolspeler te worden gezien, maar dit werd onvoldoende onderbouwd.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank, benadrukte dat bij disciplinaire maatregelen niet de strenge strafrechtelijke bewijsregels gelden, en wees het verzoek tot aanhouding van het hoger beroep af. De Raad concludeerde dat de feiten overtuigend waren vastgesteld en bevestigde het ontslagbesluit.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het disciplinair ontslag wordt bevestigd.