ECLI:NL:CRVB:2015:1182
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks ongewijzigde medische situatie
Appellant ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens psychische klachten, aanvankelijk berekend op 80-100% arbeidsongeschiktheid. In 2011 vond een heronderzoek plaats, waarna het UWV in 2012 besloot de uitkering te herzien naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het onderzoek door verzekeringsartsen zorgvuldig was en de uitkomsten betrouwbaar.
In hoger beroep stelde appellant dat noch de rechtbank noch het UWV voldoende hadden gemotiveerd waarom de beperkingen en mogelijkheden waren gewijzigd, terwijl zijn klachten en medicatie al sinds de jaren negentig gelijk waren gebleven. De Raad overwoog dat ook bij een ongewijzigde medische situatie een gewijzigde beoordeling van de arbeidsongeschiktheid mogelijk is, bijvoorbeeld door nieuw inzicht in functionele mogelijkheden en beschikbare functies.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat het onderzoek zorgvuldig was, mede gebaseerd op een rapport van de verzekeringsarts bezwaar en beroep die een verbeterde belastbaarheid sinds 2005 vaststelde. De Raad vond geen aanleiding om de Functionele Mogelijkhedenlijst aan te passen en concludeerde dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die het oordeel zouden kunnen ondermijnen.
Gezien het ontbreken van nieuwe arbeidskundige gronden en twijfel aan de geschiktheid van functies bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering en wijst het hoger beroep af.