ECLI:NL:CRVB:2015:1158
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.P.M. Zeijen
- P.H. Banda
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid na zorgvuldige medische beoordeling
Appellant, werkzaam als voorbewerker autoschade, meldde zich ziek met rug- en knieklachten. Het UWV stelde bij besluit vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een WIA-uitkering. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door de verzekeringsarts die dossieronderzoek, spreekuuronderzoek en raadpleging van diverse specialisten had verricht. De rechtbank vond de medische beoordeling juist en achtte de geselecteerde functies passend voor appellant. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen zwaarder waren, maar deze gronden werden als herhaling van eerdere stellingen verworpen.
De Raad bevestigde dat de verzekeringsarts op basis van lichamelijk onderzoek en beschikbare medische informatie een juiste inschatting van de belastbaarheid kon maken. Ook het ontbreken van een psychologisch onderzoek en het niet raadplegen van alle behandelaars leidde niet tot een onzorgvuldig onderzoek. De Raad volgde het oordeel dat de COPD en astmatische klachten van appellant niet zwaarder wegen dan vastgesteld. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.