ECLI:NL:CRVB:2015:114
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering en geen ambtshalve beoordeling Wajong-aanvraag
Appellant heeft op 21 juni 2012 een WIA-uitkering aangevraagd, welke het UWV aanvankelijk niet in behandeling nam vanwege onvoldoende gegevens. Na bezwaar heeft het UWV de aanvraag alsnog beoordeeld en vastgesteld dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering.
Appellant stelde dat het UWV op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel de WIA-aanvraag ook als een Wajong-aanvraag had moeten behandelen. De rechtbank oordeelde echter dat het UWV daartoe niet verplicht was, omdat appellant expliciet een WIA-uitkering had aangevraagd en er geen aanknopingspunten waren om dit anders te interpreteren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en wijst erop dat appellant reeds drie eerdere Wajong-aanvragen had ingediend waarop het UWV had beslist. Bovendien had het UWV in een eerder besluit een verzoek tot herbeoordeling van een Wajong-uitkering afgewezen. Hierdoor was er geen aanleiding voor het UWV om ambtshalve een Wajong-aanvraag te beoordelen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op een WIA-uitkering en dat het UWV niet verplicht was de aanvraag als Wajong-aanvraag te behandelen.