ECLI:NL:CRVB:2015:1138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging standplaats Rotterdam voor inspecteurs bij Inspectie Leefomgeving en Transport
Appellanten, werkzaam als inspecteurs bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, voerden bezwaar aan tegen de aanwijzing van Rotterdam als hun plaats van tewerkstelling. Zij stelden dat het beleid in strijd was met het Reisbesluit binnenland en het Verplaatsingskostenbesluit 1989 en dat hun woonplaatsen als plaats van tewerkstelling aangewezen moesten worden omdat zij vanuit diverse havens werkten.
De minister had de appellanten per 1 januari 2012 aangesteld met Rotterdam als standplaats en plaats van tewerkstelling, conform het Organisatiebesluit Inspectie Leefomgeving en Transport 2011. Dit beleid was tot stand gekomen met instemming van de vakbonden en bevatte een overgangsregeling tot 1 januari 2016.
De Raad oordeelde dat Rotterdam terecht als plaats van tewerkstelling was aangewezen, omdat dit de basisdomeinvestiging is en de plek die het dichtst bij het werk van de inspecteurs ligt. Het beleid is niet in strijd met het Reisbesluit binnenland of het Verplaatsingskostenbesluit 1989, en is niet kennelijk onredelijk. Ook is geen onjuiste toepassing van het beleid door de minister vastgesteld.
De Raad concludeerde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die afwijking van het beleid rechtvaardigden en verklaarde de hoger beroepen ongegrond. De uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat Rotterdam terecht is aangewezen als plaats van tewerkstelling voor appellanten.