ECLI:NL:CRVB:2015:1131
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek proportionele diensttijdgratificatie bij eervol ontslag
Appellant was sinds 1 augustus 1964 werkzaam bij zijn werkgever en kreeg op zijn verzoek per 1 februari 2013 eervol ontslag via de Regeling flexibel pensioen en uittreden (FPU). Hij verzocht om een proportionele diensttijdgratificatie, maar dit verzoek werd door de staatssecretaris afgewezen omdat appellant nog geen 50 jaar in dienst was en het ontslag niet op de in artikel 79, tweede lid, van het Algemeen Rijksambtenarenreglement (ARAR) genoemde gronden was verleend.
Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet wist dat het Sociaal Flankerend Beleid (SFB) niet meer gold en dat hij op grond van een brief uit 2010 aanspraak had op voorzieningen van het SFB. Tevens verwees hij naar een collega die wel een dergelijke gratificatie had ontvangen en beriep zich op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel.
De Raad oordeelde dat appellant zich niet op het vertrouwensbeginsel kan beroepen omdat het zijn eigen verantwoordelijkheid was zich te informeren over de geldende regelgeving ten tijde van zijn ontslag. Daarnaast was de situatie van de collega niet vergelijkbaar omdat aan die collega een ondubbelzinnige toezegging was gedaan. Het vermoeden van appellant dat anderen onterecht gratificaties ontvingen was onvoldoende onderbouwd om de staatssecretaris tot het verstrekken van een overzicht te verplichten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de motivering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om een proportionele diensttijdgratificatie wordt afgewezen omdat appellant niet aan de voorwaarden voldoet.