Uitspraak
3 oktober 2013, 12/175 (aangevallen uitspraak)
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van wettelijke rente af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant was sinds 1 mei 2008 werkzaam als distributeur/chauffeur en viel op 5 juli 2010 uit wegens een ongeval. Hij ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV besloot op 7 september 2011 het ziekengeld per 14 september 2011 te beëindigen, omdat appellant weer belastbaar zou zijn voor zijn maatgevende arbeid. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd op 8 december 2011 ongegrond verklaard.
De rechtbank Noord-Nederland verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. De rechtbank volgde het oordeel van de door haar ingeschakelde neuroloog, die stelde dat appellant ondanks somatoforme pijnklachten in staat is zijn arbeid te verrichten. Het verzoek om een psychiatrische expertise werd afgewezen.
In hoger beroep betoogde appellant dat de deskundige een onjuist wettelijk kader hanteerde en dat er sprake is van ernstige pijnproblematiek die hem ongeschikt maakt voor zijn arbeid. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het oordeel van de onafhankelijke deskundige in beginsel moet worden gevolgd en dat het rapport zorgvuldig, inzichtelijk en consistent is.
De Raad verwierp het standpunt dat de richtlijn MAOC een wijziging in de wettelijke eisen zou betekenen en concludeerde dat er geen aanleiding is het deskundigenrapport te negeren. De bevindingen van de verzekeringsartsen worden door de deskundige bevestigd. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Het verzoek om vergoeding van wettelijke rente wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld bevestigd.