ECLI:NL:CRVB:2015:1093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar WIA-uitkering werd beëindigd wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Zij stelde dat de verzekeringsartsen onvoldoende psychische beperkingen hadden opgenomen en dat de geselecteerde functies haar belastbaarheid en opleidingsniveau te boven gingen.
De Raad overwoog dat rapporten van verzekeringsartsen bijzondere waarde hebben wanneer deze zorgvuldig zijn opgesteld, maar dat betrokkene aannemelijk moet maken dat deze rapporten onzorgvuldig zijn of onjuiste beoordelingen bevatten. Appellante verwees naar een psychiatrisch rapport dat een depressieve stoornis met mogelijke psychotische verschijnselen stelde, maar de Raad vond dat dit niet tot een ander oordeel leidde dan het UWV-rapport van psychiater Visser.
Ook de arbeidskundige rapportage toonde aan dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid van appellante lagen. Haar argument dat het opleidingsniveau onvoldoende was faalde, mede omdat zij in Turkije basisonderwijs en een MAVO-equivalent had voltooid. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank Gelderland en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.