ECLI:NL:CRVB:2015:1073
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige intrekking bijstandsuitkering en vergoeding incassokosten afgewezen
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand. Het college trok deze bijstand met terugwerkende kracht in, waarna het besluit later werd ingetrokken en de bijstand werd voortgezet. Appellante verzocht vervolgens om vergoeding van schade, waaronder betaalde incassokosten wegens huurachterstand.
Het college kende alleen wettelijke rente toe over de nabetaling en wees verdere schadevergoeding af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel.
De Raad overwoog dat de onrechtmatigheid van het intrekkingsbesluit vaststaat, maar dat de schadevergoeding beperkt is tot de wettelijke rente over de vertraagde betaling van de bijstand. Vergoeding van incassokosten is niet mogelijk omdat deze voortvloeien uit de vertraging en artikel 6:119 BW Pro bepaalt dat de wettelijke rente de maximale schadevergoeding is.
De Raad wees het beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en alleen wettelijke rente toegekend; vergoeding van incassokosten wordt afgewezen.