ECLI:NL:CRVB:2015:1072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken nieuw feit of veranderde omstandigheid
Appellant verzocht het college om herziening van besluiten uit 2006 waarbij bijstand aan zijn voormalige echtgenote werd ingetrokken en teruggevorderd, en waarbij hij hoofdelijk aansprakelijk werd gesteld. Dit verzoek was gebaseerd op zijn vrijspraak voor bijstandsfraude door de politierechter.
Het college wees het verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die rechtvaardigen dat het college terugkomt op de eerdere besluiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat de vrijspraak in de strafzaak niet leidt tot een nieuw feit of veranderde omstandigheid in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De bestuursrechter is niet gebonden aan het oordeel van de strafrechter, mede omdat het om verschillende rechtsvragen en procedures gaat. Het latere arrest van het Gerechtshof Amsterdam is niet relevant omdat het na het bestreden besluit is gewezen.
Daarmee is het verzoek van appellant niet gegrond en blijft de terugvordering en intrekking van de bijstand ongewijzigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om terug te komen op de intrekking en terugvordering van bijstand wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.