Uitspraak
OVERWEGINGEN
.
Centrale Raad van Beroep
Appellant ontving sinds 27 juni 2008 een toeslag op grond van de Toeslagenwet (TW) berekend naar de grondslag voor een ongehuwde. Na melding van zijn huwelijk in Marokko en de komst van zijn echtgenote naar Nederland, wees het UWV zijn aanvraag voor toeslag af en vorderde het teveel betaalde toeslagbedrag van €4.502,61 terug. Appellant stelde dat de intrekking van de toeslag niet had plaatsgevonden en dat het terugvorderingsbesluit in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant op grond van de TW geen recht had op toeslag voor een gehuwde noch voor een ongehuwde, omdat hij gehuwd was en niet duurzaam gescheiden leefde van zijn echtgenote geboren na 31 december 1971. Het terugvorderingsbesluit was terecht genomen en het rechtszekerheidsbeginsel stond niet in de weg aan de intrekking en terugvordering. Appellant had redelijkerwijs moeten begrijpen dat hij ten onrechte toeslag ontving.
Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak van de rechtbank Limburg werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de teveel betaalde toeslag bevestigd.