ECLI:NL:CRVB:2015:1008
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens herstel arbeidsongeschiktheid als schilder
Appellant viel op 13 oktober 2011 uit wegens psychische klachten en werd behandeld bij GGZ Drenthe. Na beëindiging van de behandeling in oktober 2012 werd hij op 12 februari 2013 door een verzekeringsarts beoordeeld als weer geschikt voor zijn werk als schilder. Het UWV beëindigde daarop de ZW-uitkering per 18 februari 2013.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het UWV verklaarde dit ongegrond op 8 april 2013. De rechtbank Noord-Nederland bevestigde dit besluit bij uitspraak van 27 augustus 2013, waarbij werd overwogen dat de medische rapporten voldoende grondslag boden voor het oordeel dat appellant niet langer arbeidsongeschikt was.
In hoger beroep voerde appellant geen nieuwe gronden aan. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig hadden onderzocht en dat de medische rapporten een voldoende basis vormden voor het oordeel dat appellant per 18 februari 2013 weer in staat was zijn werkzaamheden te verrichten. Ook de latere behandeling bij GGZ Drenthe deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering omdat appellant niet langer ongeschikt is voor zijn werkzaamheden als schilder.