ECLI:NL:CRVB:2014:981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ziekengeld wegens geschiktheid voor eigen arbeid bevestigd
Appellante, werkzaam als schoonmaakster via een uitzendbureau, meldde zich ziek met diverse klachten en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellante volgens medisch onderzoek geschikt was voor haar arbeid. De rechtbank vernietigde dit besluit vanwege onvoldoende motivering over de rugklachten.
Na herbeoordeling door een bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts handhaafde het UWV het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, onder meer omdat de medische stukken en werkbelasting dit ondersteunden.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de werkbeschrijving onjuist was en dat zij haar werk niet kon verrichten. De Raad concludeerde echter dat de werkbeschrijving zorgvuldig was vastgesteld, appellante haar stellingen onvoldoende onderbouwde en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek toereikend was. Er was geen nieuwe medische informatie die tot een ander oordeel leidde.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af. Er was geen aanleiding tot toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geschikt is voor haar arbeid en wijst het hoger beroep af.