ECLI:NL:CRVB:2014:947
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over onvoldoende arbeidskundige grondslag bij weigering WIA-uitkering
Appellante, laatstelijk werkzaam als thuishulp, werd wegens nek- en schouderklachten afgewezen voor een WIA-uitkering door het UWV, dat op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek oordeelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en vond de medische en arbeidskundige grondslagen voldoende. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen, waaronder psychische klachten en een mogelijke nieuwe nekhernia, onvoldoende waren meegenomen, en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren.
De Raad concludeert dat de medische beoordeling zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is, mede gelet op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. Echter, het UWV heeft niet adequaat gereageerd op de arbeidskundige bezwaren, waardoor de geschiktheid van de functies onvoldoende is onderbouwd.
Daarom is het bestreden besluit op een onvoldoende arbeidskundige grondslag genomen en in strijd met de Algemene wet bestuursrecht. De Raad draagt het UWV op binnen zes weken het gebrek te herstellen door de functiegeschiktheid nader te beoordelen en te motiveren, met gevolgen voor de mate van arbeidsongeschiktheid.
Uitkomst: De medische grondslag voor weigering WIA-uitkering is voldoende, maar de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende; het UWV moet dit herstellen.