ECLI:NL:CRVB:2014:930
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- C.H. Bangma
- M.C.D. Embregts
- Rechtspraak.nl
Geen vaste aanstelling na reeks tijdelijke uitzend- en ambtelijke contracten
Appellante heeft van mei 2007 tot eind 2012 achtereenvolgens gewerkt op basis van drie uitzendovereenkomsten en meerdere tijdelijke ambtelijke aanstellingen bij de gemeente Rotterdam. Deze tijdelijke aanstellingen waren steeds voor bepaalde tijd en gekoppeld aan het project voor het opzetten van de Handhavingsacademie.
Het college besloot haar dienstverband niet te verlengen vanwege bedrijfseconomische omstandigheden, wat los stond van haar functioneren. Appellante stelde dat het college misbruik van recht maakte door haar niet een vaste aanstelling te geven, verwijzend naar het feit dat zij steeds dezelfde werkzaamheden verrichtte en dat de termijn van vijf jaar voor tijdelijke aanstellingen op projectbasis was overschreden.
De Raad oordeelde dat de tijdelijke aanstellingen rechtens geldig waren en dat het college niet verplicht was tot verlenging of omzetting in een vaste aanstelling. De termijn van vijf jaar was niet overschreden en er was geen sprake van rechtens te honoreren verwachtingen of een vaste gedragslijn die een vaste aanstelling verplicht zou maken. De discriminatie- en verdragsrechtelijke gronden waren onvoldoende onderbouwd.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beëindiging van het tijdelijke dienstverband bevestigd.