ECLI:NL:CRVB:2014:929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding autohandel
Appellanten ontvingen vanaf 1997 bijstand, maar het college van burgemeester en wethouders van Utrecht stelde na een anonieme melding een onderzoek in naar mogelijke inkomsten uit autohandel. Dit leidde tot een besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand over diverse maanden tussen 2000 en 2008.
De rechtbank had het college toegestaan de bijstand in te trekken en terug te vorderen, behalve voor september 2006 wegens onvoldoende motivering. Het college herzag daarop het besluit en stelde de terugvordering bij. In hoger beroep betwistten appellanten dat sprake was van handelstransacties en stelden dat het ging om eigen gebruik van oude auto’s.
De Raad oordeelde dat appellanten onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het bezit van voertuigen uitsluitend voor eigen gebruik was. De registratie van 26 voertuigen op naam van appellanten gedurende korte perioden en het ontbreken van een administratie ondersteunden het vermoeden van handel. De schending van de inlichtingenverplichting gaf het college een rechtsgrond voor intrekking en terugvordering van bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.