ECLI:NL:CRVB:2014:92
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenplicht
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB naar de norm voor alleenstaande en alleenstaande ouder. Het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen stelde na een anonieme melding een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand. Uit dossieronderzoek, buurtonderzoek, waarnemingen en verklaringen bleek dat appellanten gedurende de periode van 1 juli 1997 tot en met 31 juli 2010 een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit aan het college te melden.
Het college trok de bijstand met ingang van 1 juli 1997 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de verklaringen van appellanten, de waarnemingen en getuigenverklaringen voldoende bewijs vormen voor het gezamenlijke hoofdverblijf en dat de inlichtingenplicht was geschonden.
De Raad wees het verzoek van appellanten om getuigen te horen af, omdat zij in hoger beroep de mogelijkheid hadden gehad dit te doen. De Raad verwierp ook het verweer dat verklaringen onder druk waren afgelegd. De bevoegdheden van het college tot intrekking en terugvordering van bijstand werden als terecht beoordeeld. De uitspraak is openbaar gedaan op 21 januari 2014 door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand aan appellanten wegens gezamenlijke huishouding en schending van de inlichtingenplicht wordt bevestigd.