Uitspraak
8 augustus 2012, 12/1173 AW (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam bij het Academisch Medisch Centrum van de Universiteit van Amsterdam, ontving sinds 1993 een roostertoeslag die later werd vervangen door de onregelmatigheidstoeslag (ORT). In 2011 besloot de raad van bestuur tot een nabetaling van ORT over de periode 1993-2011, waarbij reeds ontvangen roostertoeslagen in mindering werden gebracht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en beval een nieuwe beslissing, waarbij een nabetaling over vijf jaar werd gehanteerd. Appellant stelde dat de nabetaling over achttien jaar moest blijven en dat de raad van bestuur verjaring niet kon inroepen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet gerechtvaardigd vertrouwen kon ontlenen aan een volledige nabetaling zonder aftrek van roostertoeslagen. De raad van bestuur had uit coulance gehandeld en was bevoegd de roostertoeslagen in mindering te brengen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het eerdere besluit vernietigd.
De Raad veroordeelde de raad van bestuur in de proceskosten van appellant en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed. De uitspraak bevestigt dat nabetalingen onder aftrek van reeds ontvangen toeslagen kunnen plaatsvinden, ook bij onbekendheid van de werknemer met het recht op hogere ORT.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de nabetaling van ORT onder aftrek van roostertoeslagen is rechtsgeldig.