ECLI:NL:CRVB:2014:888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WGA-vervolguitkering bij arbeidsongeschiktheid 55-65% na zorgvuldig onderzoek
Appellante heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarin haar WGA-vervolguitkering is vastgesteld op basis van een arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Het UWV heeft na dossieronderzoek en eigen onderzoek een Functionele Mogelijkhedenlijst opgesteld en de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld. De rechtbank Maastricht heeft het beroep ongegrond verklaard en overwogen dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de beperkingen van appellante niet zijn onderschat.
Appellante stelde in hoger beroep dat haar medische beperkingen zijn toegenomen en dat zij slechts onder zeer beperkte omstandigheden kan functioneren. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, dat de beperkingen objectief zijn meegewogen en dat de functies waarop de beoordeling is gebaseerd passend zijn. Er zijn geen nieuwe medische stukken of gronden ingebracht die een ander oordeel rechtvaardigen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De beslissing is op 19 maart 2014 in het openbaar uitgesproken door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de WGA-vervolguitkering van 55 tot 65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.