ECLI:NL:CRVB:2014:867
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ouderdomspensioen op grond van AOW en Verdrag Nederland-Marokko
Appellante, geboren in 1945, verzocht in december 2010 om een ouderdomspensioen op grond van de Algemene ouderdomswet (AOW). Zij heeft nooit in Nederland gewoond, maar haar ex-echtgenoot heeft in Nederland gewerkt en woont daar nog steeds. De Sociale verzekeringsbank (Svb) weigerde het pensioen omdat niet was gebleken dat appellante verzekerd was geweest ingevolge de AOW.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat op grond van het Verdrag inzake sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko alleen recht op AOW-pensioen bestaat indien de ex-echtgenoot tijdens het huwelijk verzekerd was geweest. Uit gegevens bleek dat de ex-echtgenoot voor 1968 niet verzekerd was en appellante was in dat jaar al gescheiden.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. Appellante bracht geen bewijs aan dat haar ex-echtgenoot tijdens het huwelijk verzekerd was geweest. Daarom is de weigering van het ouderdomspensioen terecht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het ouderdomspensioen bevestigd.