ECLI:NL:CRVB:2014:847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na herbeoordeling belastbaarheid appellant
Appellante, voormalig hoofdcaissière, meldde zich ziek in juli 2008 en ontving een WW-uitkering. Na aanvraag van een WIA-uitkering stelde het UWV een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) op met een urenbeperking van 20 uur per week en berekende een verlies aan verdiencapaciteit van 53,37%. Het UWV kende een loongerelateerde WGA-uitkering toe, die later werd ingetrokken na een bezwaarprocedure waarbij een bezwaarverzekeringsarts de FML aanpaste en het verlies aan verdiencapaciteit op 0% stelde.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond vanwege een procedurele fout, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat zij niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen. De Raad oordeelde dat de intrekking niet gebaseerd was op een verbetering van haar medische situatie, maar op een andere medische inschatting van haar belastbaarheid, die voldoende onderbouwd was.
De Raad verwierp het verweer dat een verklaring van de behandelend psycholoog niet was betrokken, omdat deze verklaring na de zitting was ingediend en de bezwaarverzekeringsarts hierop had gereageerd. Het standpunt van appellante kon niet worden gevolgd en de Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank, wees het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelde appellante niet tot proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WGA-uitkering en wijst het verzoek om schadevergoeding af.