ECLI:NL:CRVB:2014:825
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep door UWV en veroordeling in proceskosten
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Amsterdam. Namens betrokkene werd een verweerschrift ingediend. Vervolgens trok het UWV het hoger beroep in. Betrokkene verzocht daarop de Raad om het UWV te veroordelen in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs had moeten maken.
De Raad stelde vast dat het hoger beroep door het bestuursorgaan was ingetrokken en dat het verzoek tot proceskostenvergoeding terecht was ingediend. Op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van € 730,50.
De Raad wees het verzoek van betrokkene af om ook de proceskosten van de procedure in beroep toe te wijzen, omdat deze reeds door de rechtbank aan het UWV waren opgelegd en betrokkene geen hoger beroep had ingesteld tegen die uitspraak.
De uitspraak werd gedaan door B.M. van Dun, in aanwezigheid van griffier K.R. van Renswoude, op 12 maart 2014.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 730,50 aan proceskosten aan betrokkene na intrekking van het hoger beroep.