ECLI:NL:CRVB:2014:802
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1999 bijstand op grond van de WWB. Uit onderzoek bleek dat zij beschikten over een bankrekening waarop sinds 2005 maandelijks een bedrag van €150 werd gestort door hun dochter. Het college besloot de bijstand over de periode 2005-2011 te herzien en de teveel ontvangen bijstand terug te vorderen, omdat appellanten deze inkomsten niet hadden gemeld.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellanten ongegrond. In hoger beroep voerden appellanten aan dat de stortingen giften waren en dat zij aan hun meldingsplicht hadden voldaan. De Raad oordeelde echter dat de stortingen niet als giften konden worden aangemerkt omdat zij betrekking hadden op kosten die al door de bijstand werden gedekt, en dat appellanten de inlichtingenverplichting hadden geschonden door het niet melden van deze bankrekening en stortingen.
De Raad bevestigde dat het college bevoegd was de bijstand te herzien en terug te vorderen en dat de verlaging van de bijstand terecht was opgelegd. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de herziening en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.