ECLI:NL:CRVB:2014:792
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling woonkostentoeslag bijzondere bijstand na correctie hypotheekrente
Appellant, eigenaar en bewoner van een woning met hypothecaire last, vroeg bijzondere bijstand in de vorm van woonkostentoeslag aan voor de periode vanaf 1 juli 2010. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af omdat de woonlasten niet hoger waren dan de normhuur. Na bezwaar werd een toeslag toegekend van €43,95 per maand over juni 2010 tot juni 2011.
Appellant betwistte de hoogte van de toeslag en stelde dat de belastingteruggave ten onrechte te hoog werd meegerekend, waardoor de woonkostentoeslag te laag werd vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat het college terecht rekening hield met de belastingteruggave bij de berekening van de woonkostentoeslag.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat de herroeping van het eerdere besluit verband hield met een rekenfout en dat het college de woonkostentoeslag correct had vastgesteld op €43,95 per maand, rekening houdend met de betaalde hypotheekrente minus de belastingteruggave. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De woonkostentoeslag is correct vastgesteld op €43,95 per maand en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.