ECLI:NL:CRVB:2014:791
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op AIO-aanvulling wegens overschrijding vermogensgrens door geregistreerde auto
Appellant ontvangt sinds 2007 een AOW-pensioen en een aanvullende inkomensvoorziening ouderen (AIO-aanvulling). De Sociale verzekeringsbank (Svb) ontdekte dat appellant sinds 31 januari 2011 een Audi op zijn naam had staan, met een waarde die de vermogensgrens overschrijdt. Hierdoor werd de AIO-aanvulling ingetrokken en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat de Audi niet van hem was, maar van zijn zoon, en dat hij dit met bankafschriften had aangetoond. Hij stelde dat de auto op zijn naam stond vanwege lagere verzekeringspremies. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en appellant ging in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat registratie op naam van appellant de veronderstelling wekt dat de auto tot zijn vermogen behoort. Appellant slaagde er niet in met concrete en verifieerbare gegevens te bewijzen dat de Audi aan zijn zoon toebehoorde. Daarom is het bestreden besluit terecht en wordt het hoger beroep afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking van de AIO-aanvulling blijft gehandhaafd.