ECLI:NL:CRVB:2014:782
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- E.C.R. Schut
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenverplichting door onjuiste urenopgave
Appellant ontving bijstand naast inkomsten uit arbeid in een restaurant en gaf zijn gewerkte uren op aan het college. Na een verificatieonderzoek bleek dat appellant vaker en langer aanwezig was dan opgegeven. Het college trok daarom de bijstand met ingang van 12 juli 2011 in wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze intrekking ongegrond en appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het college voldoende bewijs had geleverd, onder meer door waarnemingen op vijf dagen waar appellant in werkkleding werd aangetroffen, die niet overeenkwamen met de opgegeven uren.
Appellants verweer dat hij alleen de daadwerkelijk gewerkte uren betaald kreeg en dat de langere aanwezigheid te wijten was aan vervoer, werd verworpen. De Raad bevestigde dat aanwezigheid tijdens reguliere werktijden de veronderstelling van arbeid rechtvaardigt. Omdat appellant geen duidelijkheid gaf over de omvang van zijn werkzaamheden en inkomen, was het college bevoegd de bijstand in te trekken.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting wordt bevestigd.