ECLI:NL:CRVB:2014:719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Y.J. Klik
- Rechtspraak.nl
Vermindering bijstand wegens betaling vaste lasten door broer niet als middelen te beschouwen
Appellant ontving sinds 2000 bijstand en werd onderzocht vanwege betalingen van zijn broer aan zijn vaste lasten, zoals huur, energie en ziektekostenverzekering, vanaf 2007. Het college herzag de bijstand en vorderde ten onrechte gemaakte kosten terug, omdat deze betalingen als middelen van appellant werden beschouwd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. Hoewel appellant de wettelijke inlichtingenplicht schond door de betalingen niet te melden, zijn de betalingen van de broer niet als middelen van appellant te kwalificeren omdat appellant er niet redelijkerwijs over kon beschikken.
De Raad benadrukt het complementaire karakter van de WWB en stelt dat het college de bijstand had moeten verlagen als het van de betalingen op de hoogte was geweest. De terugvordering blijft echter in stand omdat appellant de inlichtingenplicht schond. De Raad veroordeelt het college in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht aan appellant wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot terugvordering van bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege schending van de inlichtingenplicht.