ECLI:NL:CRVB:2014:558
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen afwijzing verzoek om herziening wegens niet-betaling griffierecht ongegrond verklaard
Verzoekster heeft in december 2010 een verzoek om herziening van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep ingediend waarvoor griffierecht is betaald. Dit verzoek werd afgewezen op 26 september 2012. Vervolgens diende verzoekster op 15 januari 2013 een tweede verzoek om herziening in, waarvoor opnieuw griffierecht verschuldigd was, maar dit griffierecht is niet betaald.
De Raad stelde dat er geen wettelijke grondslag bestaat om het griffierecht terug te storten wanneer een verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. Verzoekster stelde dat het griffierecht van het eerste verzoek terug had moeten worden gestort, maar de Raad verwierp dit standpunt.
De Raad oordeelde dat verzoekster in verzuim was omdat het griffierecht voor het tweede verzoek niet was voldaan en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door J.S. van der Kolk op 21 februari 2014.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring wegens niet-betaling van griffierecht wordt ongegrond verklaard.