ECLI:NL:CRVB:2014:539
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toekenning militair garantiepensioen en ongeschiktheid voor invaliditeitspensioen
Appellant, geboren in 1969, was militair en werd tweemaal uitgezonden naar het voormalig Joegoslavië. Na medische onderzoeken werd hij in 2007 wegens ziekte uit militaire dienst ontslagen en kreeg een militair garantiepensioen toegekend, maar geen invaliditeitspensioen omdat geen verband werd geaccepteerd tussen zijn psychische aandoening en militaire dienst.
Appellant stelde bezwaar tegen dit besluit, maar de minister verklaarde dit ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond. In hoger beroep onderzocht de Raad de medische rapporten van psychiaters en psychologen die concludeerden dat appellant lijdt aan een paranoïde waanstoornis die niet door militaire dienst is veroorzaakt, maar die tijdelijk verergerde door stressvolle situaties tijdens uitzendingen.
De Raad oordeelde dat de medische gegevens het besluit voldoende onderbouwen en dat appellant geen objectieve gegevens had aangeleverd die dit tegenspreken. Er was geen sprake van een blijvende verergering van zijn aandoening door militaire dienst, noch van een posttraumatische stress-stoornis. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van een invaliditeitspensioen wordt bevestigd.