ECLI:NL:CRVB:2014:526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete wegens ontbreken zorgverzekering ondanks bezwaar intersekse-dekking
Appellant kreeg van het College voor Zorgverzekeringen (Cvz) een boete opgelegd omdat hij binnen de gestelde termijn geen zorgverzekering had afgesloten. Appellant voerde aan dat zorgverzekeringen onvoldoende rekening houden met de specifieke situatie van intersekse mensen en dat dit hem belemmerde.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat het niet mogelijk was een zorgverzekering af te sluiten. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en benadrukt dat appellant niet binnen drie maanden na de waarschuwing een verzekering heeft afgesloten en dat hij geen bewijs heeft geleverd dat een adequate dekking ontbrak.
Ook is volgens de Raad geen sprake van schending van de artikelen 3, 8 en 14 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de boete blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de boete wegens het niet tijdig afsluiten van een zorgverzekering.