ECLI:NL:CRVB:2014:522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant was werkzaam als productiemedewerker en schoonmaker toen hij uitviel met klachten aan zijn linkerenkel. Het UWV stelde vast dat appellant vanaf 29 maart 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde daarom een WIA-uitkering toe te kennen. Appellant maakte bezwaar en verzocht om herziening na opname in een psychiatrisch ziekenhuis, maar dit werd afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of medische gegevens waren die relevant waren voor de peildatum.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant tegen beide besluiten ongegrond. Zij oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de belastbaarheid van appellant niet werd overschreden door de functies waarop de schatting was gebaseerd. De psychische klachten die appellant later aanvoerde, zagen op een periode na de peildatum en konden daarom niet in aanmerking worden genomen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met zijn psychische en lichamelijke klachten. De Raad stelde vast dat appellant op de peildatum niet voldeed aan de criteria voor een objectiveerbare psychiatrische ziekte en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die het eerdere oordeel konden wijzigen. De Raad bevestigde de uitspraken van de rechtbank en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid op de peildatum.