ECLI:NL:CRVB:2014:472
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- M.F. Wagner
- Rechtspraak.nl
Geen medeterugvordering bij gezamenlijke huishouding in andere gemeente bij bijstand
Appellant was gehuwd met [W.] en na hun echtscheiding ontvingen zij beiden bijstand. Het college van burgemeester en wethouders van Purmerend besloot de bijstand van appellant in te trekken en de kosten terug te vorderen, omdat appellant zonder melding een gezamenlijke huishouding voerde met [W.].
De sociale recherche voerde een uitgebreid onderzoek uit, waaronder observaties en verhoren, waaruit bleek dat appellant zijn hoofdverblijf had in de woning van [W.] en zij een gezamenlijke huishouding voerden. Appellant voerde aan dat het onderzoek onrechtmatig was en dat medeterugvordering niet mogelijk was omdat hij niet op de hoogte was van de bijstand aan [W.], en stelde discriminatie aan de orde.
De Raad oordeelde dat de observaties en het onderzoek rechtmatig waren en voldoende bewijs leverden dat appellant en [W.] een gezamenlijke huishouding voerden. De medeterugvordering was terecht, ook al was appellant niet op de hoogte van de bijstand aan [W.]. Het beroep op discriminatie faalde omdat artikel 59, tweede lid, WWB geen onderscheid maakt en medeterugvordering alleen mogelijk is bij gezamenlijke huishouding in dezelfde gemeente.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding in dezelfde woning.