Uitspraak
5 maart 2013, 12/4690 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV van 23 mei 2012 waarin werd vastgesteld dat hij met ingang van 3 juli 2012 geen recht heeft op een WIA-uitkering omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Het bezwaar is ongegrond verklaard. De rechtbank Oost-Nederland heeft dit besluit bevestigd in haar uitspraak van 5 maart 2013.
In hoger beroep stelt appellant dat zijn beperkingen zijn onderschat, met name dat er ten onrechte geen urenbeperking is aangenomen en dat hij de geselecteerde functies niet kan vervullen. Het UWV verzoekt de uitspraak van de rechtbank te bevestigen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de medische gegevens, waaronder rapporten van verzekeringsartsen, overtuigend onderbouwen dat appellant degeneratieve nekklachten heeft die beperkt belastbaar zijn, maar dat er geen grond is voor een arbeidsduurbeperking. De Functionele Mogelijkhedenlijst sluit hierbij aan. Nieuwe medische gegevens zijn niet overgelegd. Ook de arbeidsdeskundige heeft voldoende toegelicht dat de geselecteerde functies binnen de belastbaarheid passen.
Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.