ECLI:NL:CRVB:2014:4458
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit buitenlandbijdrage Zorgverzekeringswet 2006
Appellante, woonachtig in Spanje, ontving in 2006 een AOW-pensioen en een pensioen van het pensioenfonds Hoogovens. Het Zorginstituut stelde op grond van artikel 69 Zvw Pro een buitenlandbijdrage vast voor het recht op zorg in Spanje.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het besluit tot vaststelling van de buitenlandbijdrage voor 2006 in strijd zou zijn met het rechtszekerheidsbeginsel en dat de buitenlandbijdrage niet vastgesteld mocht worden vanwege het ontbreken van een onherroepelijke NiNbi-beschikking. Tevens stelde zij dat de Sociale verzekeringsbank en het pensioenfonds ten onrechte geen buitenlandbijdragen hadden ingehouden.
De Raad oordeelde dat de NiNbi-beschikking van 28 december 2011 onherroepelijk was en dat het besluit van 8 maart 2012 binnen de wettelijke termijn van zes maanden was genomen, zodat geen sprake was van schending van rechtszekerheid. De stelling over het niet-inhouden van buitenlandbijdragen door de Svb en het pensioenfonds werd verworpen omdat dit geen rol speelt bij de vaststelling van de buitenlandbijdrage.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot vaststelling van de buitenlandbijdrage bevestigd.