ECLI:NL:CRVB:2014:4456
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buitenlandbijdrage ondanks niet tijdige inschrijving in Italië
Appellant woont sinds augustus 2008 in Italië en ontvangt pensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet en een pensioenfonds. Het Zorginstituut heeft bij besluit de buitenlandbijdrage over 2008 vastgesteld en dit besluit is gehandhaafd. De rechtbank vernietigde het besluit wegens schending van de hoorplicht maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het besluit inhoudelijk niet onrechtmatig was.
In hoger beroep betoogt appellant dat hij door problemen met het verkrijgen van een E-121 formulier in Italië feitelijk geen zorg kon ontvangen en daarom een particuliere zorgverzekering moest afsluiten. Hij stelt dat hij daardoor schade lijdt door de terugwerkende betaling van de buitenlandbijdrage.
De Raad oordeelt dat het recht op zorg en de verplichting tot betaling van de buitenlandbijdrage niet wordt beïnvloed door het niet tijdig inschrijven bij het bevoegde orgaan. De omstandigheden van appellant maken dit niet anders. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier D. van Wijk, en uitgesproken in het openbaar op 31 december 2014.
Uitkomst: De buitenlandbijdrage blijft verschuldigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.