ECLI:NL:CRVB:2014:4434
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering herziening WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid uit dezelfde oorzaak
Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering niet te herzien per 2 november 2009. Zij stelde dat de toename van haar arbeidsongeschiktheid voortkomt uit dezelfde ziekteoorzaak als de oorspronkelijke WAO-uitkering uit 1999, namelijk aspecifieke rugklachten na een val op het werk, en onderbouwde dit met medische stukken.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak. De Raad baseert zich op medische rapporten van verzekeringsartsen die stellen dat de toegenomen klachten in 2009 het gevolg zijn van een nieuwe ziekteoorzaak, een hernia nuclei pulposi (HNP), die medisch losstaat van de aspecifieke rugklachten uit 1999.
De Raad oordeelt dat de medische stukken van appellante onvoldoende objectief bewijs bevatten om het standpunt van het UWV te weerleggen. Ook is onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het UWV de ernst van haar psychische klachten onvoldoende heeft meegewogen. Het hoger beroep wordt dan ook verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit van het UWV tot weigering van herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.