Uitspraak
CIZ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt aangevallen uitspraak I voor zover aangevochten;
- bevestigt aangevallen uitspraak II.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een jeugdige met diabetes mellitus type I en AD(H)D, heeft een aanvraag gedaan voor AWBZ-zorg, waaronder verblijf bij een gezin. Het CIZ wees de indicatie voor verblijf af, omdat het psychiatrische deel van de zorg onder de bevoegdheid van Stichting Bureau Jeugdzorg (Bjz) valt. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het CIZ-besluit grotendeels ongegrond, waarbij werd bevestigd dat Bjz bevoegd is voor psychiatrische zorgindicaties en CIZ voor somatische zorg.
Appellant stelde dat CIZ ook bevoegd moest zijn voor de psychiatrische zorg, omdat de door Bjz geïndiceerde netwerkpleegzorg het ouderlijk gezag beperkt en dit in strijd zou zijn met het gelijkheidsbeginsel en EVRM-artikelen. De Raad oordeelde dat de wettelijke bevoegdheidsverdeling duidelijk is en dat appellant zijn bezwaar tegen Bjz moet richten. De Raad bevestigde dat er geen aanspraak bestaat op de AWBZ-zorgfunctie verblijf op basis van de somatische grondslag.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraken van de rechtbank terecht zijn en wees het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat CIZ niet bevoegd is voor indicatie van AWBZ-zorg op psychiatrische grondslag en wijst het hoger beroep af.